Sap Wouter ‘Fine words, flawed ideas’

december 31, 2007 at 6:03 pm (Uncategorized)

In dit artikel uit de guardian, geeft Madeleine Bunting wat punten van kritiek op de theorie van de Soto .

Enerzijds gaat de Soto volgens haar voorbij aan het feit dat in veel landen de ‘maffia’ of andere heersende krachten, veel meer macht hebben dan de reguliere overheid.  Dit zal ervoor zorgen dat de armen niet enkel belasting dienen te betalen (op hun ‘witte’ eigendommen en geproduceerde goederen en diensten) maar ook nog eens het gebruikelijke smeergeld aan de lokale informele machthebbers.

Daarnaast verwijt ze de Soto veel te weinig aandacht te besteden aan het feit dat het juridisch systeem in ontwikkelingslanden vaak te wensen over laat. Wetten en contracten zijn vaak niet afdwingbaar in de Derde Wereld. Concreet zal een bank dus    ook geen lening geven met een woning als onderpand als dat leningscontract later niet afdwingbaar blijkt voor de rechtbank.

Permalink Laat een reactie achter

Wouter Sap – filmpje: global divide2 (hernando de soto)

december 31, 2007 at 5:56 pm (Uncategorized)

In dit filmje licht de Soto eerst zijn traditionele standpunten toe. (Over hoe een ‘papieren muur’ ervoor zorgt dat armen geen bedrijfjes oprichten en over hoe het gebrek aan eigendomsrechten ervoor zorgt dat armen geen leningen kunnen aangaan met hun huis als onderpand.)

Daarna komt echter een voor mij nieuw argument voor zijn discours aan bod: namelijk de vrees voor een opstand of toenemende terrorismedreiging doordat armen uitgesloten worden van het kapitalisme. Kort samengevat zegt de Soto dat de armen o.a. via televisiebeelden zien hoe goed anderen het hebben en zullen ze in opstand komen of aanslagen plegen omdat ze zich uitgesloten voelen van het ‘wereldwijde kapitalistische netwerk’.

Permalink Laat een reactie achter

Wouter Sap – Property Rights for the Poor: Effects of Land Titling

december 31, 2007 at 5:42 pm (Uncategorized)

In het artikel Property Rights for the Poor: Effects of Land Titling (STANFORD CENTER FOR INTERNATIONAL DEVELOPMENT, Working Paper No. 249, by
Sebastian Galiani* and Ernesto Schargrodsky) onderzoeken de auteurs welk effect het toekennen van eigendomsrechten heeft op 5 parameters :  (1) vastgoedinvesteringen (2) gezinsgrootte (3) scholingsgraad van de kinderen (4) toegang tot leningen en (5) arbeidsinkomen.

De auteurs halen het gebrek aan empirisch bewijsmateriaal bij de vele theorieën over de positieve effecten van de toekenning van eigendomsrechten aan als reden voor hun onderzoek. Met hun studie zijn ze een van de eerste die dit effect empirisch nagaan.

Voor het onderzoek werd een dataset van 617 Argentijnse gezinnen gehanteerd die van de overheid eigendomstitels hadden verkregen.

In tegenstelling tot wat men zou verwachten , vinden de auteurs geen duidelijk postief verband tussen de toegang tot leningen en de toekenning van eigendomsrechten (ook kortweg landtitling genoemd). Er wordt enkel een bescheiden positief effect op hypothecaire leningen waargenomen, maar er wordt geen effect op andere vormen van krediet waargenomen. Ook heeft de toekenning van eigendomsrechten volgens hun empirisch onderzoek geen positief effect op het arbeidinkomen van de desbetreffende gezinnen.

Wil dit dan zeggen dat landtitling dan geen methode kan zijn om de armoede te verminderen?

Toch wel. Volgens het onderzoek van de auteurs leidt (als aan bepaalde randvoorwaarden – zoals een goed werkend rechtssysteem -wordt voldaan) landtitling wel degelijk tot armoedereductie bij de Argentijnse gezinnen.

Bij de 617 gezinnen werd immers een positief effect vastgesteld op de parameters (1)vastgoedinvesteringen (2)gezinsgrootte &(3) scholingsgraad van de kinderen. 

De verklaring voor de invloed op de vastgoedinvesteringen is dat men eerder gaat investeren in zijn woning wanneer men er juridisch (zwart op wit) eigenaar van is. Wanneer men juridisch niet kan bewijzen dat men eigenaar is van het huis waarin men woont bestaat de kans immers dat de investeringen ‘voor niets’ zijn geweest wanneer anderen het huis opeisen.

De gezinsgrootte (zowel kinderen als inwonende familieleden) daalt omdat men gemakkelijker mensen de toegang tot inwonen ontzegd als men een eigendomstitel van de woning in zijn bezit heeft. Ook het aantal kinderen wordt kleiner wanneer men juridisch erkend eigenaar is van de woning, waarschijnlijk omdat men het huis nu kan doorgeven aan de kinderen en het dus als investering in de toekomstige generaties kan gezien worden. Een investering waarvan men niet wil dat ze versplinterd bij de volgende generatie terechtkomt.

Eenzelfde ‘generatie-argument’ is waarschijnlijk de reden van de gestegen scholingsgraad. Mensen zijn bereid meer in de scholing van hun kinderen te investeren wanneer het kind ook op financieel vlak (door het erven van een deel van het huis waarvan men juridisch eigenaar is) later meer kans op slagen zal hebben.

Permalink Laat een reactie achter

Stien Vandendriessche- Microfinance misses it’s mark.

december 19, 2007 at 10:16 pm (Uncategorized)

link artikel: http://www.ssireview.org/articles/entry/microfinance_misses_its_mark/

Bespreking artikel: Microfinance misses it’s mark? van Aneel Karnani Bij de bespreking van het videofilmpje: Microfinance, does it really work? werd reeds enige kritiek gegeven op het concept van microfinanciering.  Sommigen zien dit als de methode om armoede uit de wereld te helpen, maar een aantal critici denkt daar anders over.  Twee van de belangrijkste critici zijn Thomas Dichter en Aneel Karnani.  Op de visie van Dichter werd reeds dieper ingegaan bij de bespreking van het videofilmpje, en hieronder wordt de visie van Karnani toegelicht. 1) Microbedrijven vormen het grootste probleemDe grote vraag die Karnani zich stelt is of het wel zinvol is om geld te pompen in miljoenen eenmansbedrijfjes die werkgelegenheid bieden aan de oprichter en wat familieleden, maar die nauwelijks bijdragen aan de economische groei van een land.  Volgens hem ligt het probleem niet zozeer bij de microkredieten op zich, maar wel bij de microbedrijfjes die ermee opgericht worden.  Door de weinige talenten, het geringe kapitaal en het ontbreken van ‘scale economy’ zijn de opgestarte zaakjes maar weinig productief en genereren ze magere inkomsten die niet in staat zijn de ondernemer uit de armoede te helpen.  De mensen treden met elkaar in competitie op een te kleine schaal om echt voldoende te kunnen verdienen, en uiteindelijk zal slechts een handvol bedrijven uitgroeien tot een grotere onderneming.   Volgens Karnani is niet microkrediet, maar wel het scheppen van vaste werkgelegenheid met redelijke lonen de oplossing van het armoedevraagstuk.  Ook de International Labor Organization (ILO) zegt dat er niets fundamenteler is voor armoedebestrijding dan het creëren van werkgelegenheid, omdat ook armen kunnen meegenieten van de voordelen van economische groei.  De meeste microkredietklanten zouden hun bestaan als micro-ondernemer maar al te graag inruilen voor een redelijk betaalde fabrieksbaan.   Karnani staaft zijn stelling met cijfers uit India, China en Afrika (deze bevolking omvat ¾ van alle armen wereldwijd) die elk een verschillende economische groei hebben gevolgd.  In China daalde de werkloosheid sterk, en tegelijk daalde ook het aantal mensen die onder de armoedegrens leven.  In Afrika nam de werkgelegenheid juist af terwijl het aantal armen ongewijzigd bleef.  De situatie in Indië ligt ergens tussenin, het aantal mensen met een job steeg lichtjes en het aantal armen nam lichtjes af.   2) De productiviteit moet stijgenToch leven vele mensen met een job nog altijd onder de armoedegrens, de zogenaamde werkende armen. Of iemand met een job al dan niet arm is, hangt ondermeer af van het loon, de grootte van het gezin en het inkomen van andere familieleden.  Een verhoogde productiviteit leidt tot hogere lonen, die er op hun beurt voor zorgen dat mensen voldoende verdienen om boven de armoedegrens uit te stijgen.  Jobcreatie op zich is dus niet voldoende, ook de productiviteit moet opgedreven worden en dit kan ondermeer door het gebruik van nieuwe technologieën, management technieken, specialisatie,…Het feit dat de productiviteit in Indië maar weinig gestegen is zou deels verklaren waarom de armoedesituatie daar slechts lichtjes verbeterd is.  De gemiddelde zaak is er tien maal kleiner dan in andere, vergelijkbare, groeiende economieën.  Het promoten van microkrediet zal dit probleem alleen maar groter maken.    3) De visie van Amartya SenHet verstrekken van financiële middelen alleen is echter ook niet voldoende.  De presentatie van microkrediet als de manier om armoede uit de wereld te helpen is een al te simpele voorstelling van de zaken.  De armen moeten zakelijke vaardigheden bijgebracht worden en een vak waar ze zich in kunnen onderscheiden.  Volgens de Nobelprijswinnaar en economist Amartya Sen kan armoedebestrijding niet enkel gedefinieerd worden in economische termen, maar omvat het een veel breder gamma aan behoeften.  Ontwikkeling kan volgens hem worden gezien als ‘het uitbreiden van de echte vrijheden die een individu geniet.  Sociale, culturele en politieke vrijheid is wat men nodig heeft, net zoals factoren die het financiële inkomen kunnen doen stijgen.  Diensten als publieke veiligheid, basisonderwijs, publieke gezondheidszorg en infrastructuur vormen de basis van deze vrijheden, verhogen de productiviteit en de tewerkstelling van de armen, en dus het inkomen en hun algemeen welzijn.  De regering van vele ontwikkelingslanden zegt wel de verantwoordelijkheid voor deze diensten op zich te nemen, maar in praktijk is ze vaak niet in staat haar beloften waar te maken.  Dit heeft voornamelijk impact op het armste deel van de bevolking. Zo kunnen zij hun kinderen vaak niet naar school sturen, hebben ze weinig of geen toegang tot zuiver water en basisgezondheidszorg.  Een groeiende neoliberale beweging ziet de private sector als de oplossing voor het falen van publieke diensten.  Anderzijds kan de Staat haar verantwoordelijkheden niet volledig negeren, en in het geval van publieke diensten zoals sanitering en gezondheidszorg kan een vrije markt het probleem niet oplossen.   4) CK Prahalad en de bottom of the pyramidBusiness guru CK Prahalad zegt dat ‘als armen geen toegang hebben tot bijvoorbeeld zuiver dat proper drinkwater geen realistische optie is, en spenderen ze bijgevolg hun geld aan andere zaken die hun levenskwaliteit kunnen verbeteren.  Dit opent een markt, en Prahalad spoort privé-bedrijven aan winst te maken door te verkopen aan deze ‘bottom of the pyramid’.  Waar hier echter aan voorbij wordt gegaan is waarom de armen aanvaarden dat zuiver drinkwater geen realistische optie is.  En zelfs als zij het doen, moeten wij dat dan ook gewoon aanvaarden?  We zouden beter dit falen van de Staat aanklagen en proberen het te corrigeren.   Volgens de definitie worden microkredieten gebruikt om bedrijfsactiviteiten op te zetten en zo winst te genereren, maar in praktijk blijkt dit niet altijd zo.  Maar al te vaak wordt het geleend geld gebruikt als schoolgeld voor de kinderen, gaat het naar ziekenhuisrekeningen, naar een trouwfeest, het afbetalen van eerdere leningen,…  Tot slot wil ik nog opmerken dat het ganse debat rond microkrediet misschien te eenzijdig is.  Aan de ene kant heb je de absolute voorstanders als Muhammad Yunus, en daar lijnrecht tegenover de critici als Karnani en Dichter.  Maar moeten we microfinanciering wel beoordelen als een instrument om armoede uit de wereld te helpen?  Is dat niet wat te hoog gegrepen?  Is het dan niet beter te stellen dat microfinanciering een goed initiatief is dat de levensomstandigheden van armen significant verbetert, een ideaal hulpmiddel om financiële klappen op te vangen?  Het zorgt ervoor dat mensen beter kunnen eten, meer toegang hebben tot gezondheidszorg, dat ze hun huis kunnen verbeteren, dat ze een beter vertrouwen/hoop in de toekomst hebben.  Dit kan bijdragen tot een snellere ontwikkeling van het land, wat op zijn beurt zal zorgen voor een snellere reductie van armoede.    Karnani A (2007).  Microfinance misses it’s mark.  Stanford Social Innovation Review, summer 2007

Permalink 1 Reactie

Vandendriessche Stien – Video: Microfinance, does it really work?

december 16, 2007 at 10:58 pm (Uncategorized)

Bespreking videofilmpje: Microfinance, does it really work?  link filmpje: http://nl.youtube.com/watch?v=J4wxo5IHpT0  Ik heb dit videofilmpje gekozen omdat het een kritische kijk geeft op microfinanciering, een concept dat door sommigen opgehemeld wordt als de manier om armoede uit de wereld te helpen. Ik argumenteer niet dat microfinanciering geen middel is dat hulp kan bieden aan armen, maar de andere kant van de medaille laten horen kan bijdragen tot een meer genuanceerde kijk op het onderwerp.   Microfinanciering is een verzamelnaam voor leningen, spaardiensten, verzekeringen en andere financiële producten die met zeer kleine bedragen (vaak minder dan 100 euro) worden verstrekt aan mensen met een laag inkomen.  Microkrediet daarentegen slaat enkel op het verstrekken van leningen, zonder daar andere financiële diensten bij te betrekken.  Vaak worden deze twee termen verkeerdelijk als synoniemen gebruikt.  Het jaar 2005 werd door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het internationale jaar van microkrediet, en op hun website staat te lezen dat micro-ondernemers hun kleine leningen kunnen gebruiken om groeiende, florerende zaken op te richten en zo in het onderhoud van hun familie te voorzien, wat uiteindelijk zou resulteren in een sterke, florerende, lokale economie.  1) Zijn alle armen wel ondernemers?Het filmpje begint met de uitspraak dat armen enorme talenten hebben, en dat de meesten onder hen reeds als zelfstandigen hun brood verdienen.  Ze missen echter het nodige kapitaal, en daar zou een grote rol voor microkredieten zijn weggelegd.   Thomas Dichter stelt in zijn artikel ‘Hype and hope: The worrisome state of the microcredit movement’ echter dat dit beeld van de arme als ondernemer veel te geromantiseerd is.  Niet elke westerling is een geboren ondernemer, daar heb je talenten als creativiteit, doorzettingsvermogen en zakelijk inzicht voor nodig.  Waarom gaan wij er dan van uit dat vele mensen in ontwikkelingslanden wel geboren ondernemers zijn?   Volgens Dichter werkt microkrediet dan ook het best bij de niet-zo-heel-erg armen, die bovendien al ervaring hebben als ondernemer.  Deze ervaren mensen kunnen hun zaak meestal starten met behulp van eigen middelen, of door informele leningen van vrienden, verwanten of andere handelaars.   Ook zonder de hulp van microkredieten zou hun zaak waarschijnlijk kunnen overleven.  De allerarmsten of diegenen zonder talent kunnen vaak niets productiefs doen met het geld, en komen juist van de regen in de drup omdat zij worden opgezadeld met een ondraaglijke schuldenlast.  Dichter noemt dit de microkrediet paradox.  Die arme mensen kunnen vaak niet veel meer dan het kopiëren van het werk(gedrag) van hun naasten, zodat iedereen ongeveer dezelfde dingen verkoopt, en hoe meer microkrediet er verstrekt wordt, hoe verzadigder de lokale markt wordt.   Deze  mensen zijn door gebrek aan ondernemerscapaciteit en/of vernieuwende ideeën niet in staat iets structureels bij te dragen tot de lokale economie.  Als men het over microfinanciering heeft worden meestal enkel de succesverhalen verteld, zoals deze in het videofilmpje.  Voor de mensen die niet zo goed meekomen en die stevige rentes betalen zonder dat dit leidt tot toename van hun economische activiteit is in de publiciteit maar weinig aandacht.  2) Hoge interestenEen tweede punt van kritiek is de hoge interest die de kredietverstrekkers opleggen.  Die ligt een stuk hoger dan bij commerciële banken.  Deze hogere rentes worden opgelegd omdat microfinancieringsinstituten hun kosten kunnen dekken en zo kunnen blijven voortbestaan zonder afhankelijk te zijn van Westers geefgeld.  De instituten zijn vrij om hun rentes te bepalen, maar door onderlinge concurrentie zouden de rentepercentages zakken.   3) Beschikbaarheid op het plattelandIn het filmpje wordt gezegd dat microfinanciering een essentiële rol speelt om mensen uit de armoede te helpen, en dit vnl. in rurale gebieden waar geen (weinig) commerciële banken zijn.  Wereldwijd zou echter slechts 1 op 5 arme huishoudens toegang hebben tot microfinanciering, en op het platteland ligt dat percentage nog lager.  De reden hiervoor is dat er vele moeilijkheden zijn voor bankieren op het platteland.  Zo is de infrastructuur slecht, waardoor de transactiekosten hoog zijn (cfr. filmpje: 7 à 8% van de interest bestaat uit transactiekosten).  Bovendien sluiten traditionele microleningen, met vaste afbetalingstermijn, slecht aan bij de landbouweconomie.  Zo kunnen boeren een lening voor bijvoorbeeld zaden maar terugbetalen na de oogst.  De conclusie is dat als microfinanciering werkelijk wil bijdragen tot de vermindering van armoede, dan moet die voornamelijk beschikbaar zijn daar waar de armoede het grootst is, en dat is nog altijd het platteland.   4) Invloed op de positie van de vrouwWaar iedereen het wel eens over lijkt te zijn is dat microfinanciering een positieve invloed heeft op het zelfvertrouwen van de vrouw, en dat het haar positie in zowel het gezin als de gemeenschap versterkt.  Microfinancieringsprogramma’s focussen zich voornamelijk op vrouwen, omdat die betere terugbetalers zouden zijn en omdat ze een groter deel van het inkomen spenderen aan onderwijs en gezondheidsdiensten.  Zoals in het filmpje vermeld wordt blijkt deze versteviging van de positie van de vrouw in realiteit niet altijd zo vanzelfsprekend.  Vaak wordt de vrouw door haar man op de voorgrond geschoven om zo een lening te verkrijgen, terwijl hijzelf achter de schermen nog altijd de touwtjes in handen heeft.  De vrouw heeft helemaal niets in te brengen bij waar het geld voor wordt gebruikt.  Het gevaar bestaat bovendien dat de vrouw zowel door haar man als door het microfinancieringsinstituut onder druk wordt gezet.  Als de vrouw zelf een bedrijfje opstart wordt ze vaak geconfronteerd met lange werkdagen en een hoge werkdruk daar ze de huishoudelijke taken en de zorg voor de kinderen moet combineren met het drijven van de onderneming.  Om met de woorden van het filmpje af te sluiten: microfinanciering is zeker een nobel idee en een geniale uitvinding die een positieve invloed heeft op het leven van armen.  Maar of het ook in staat is armoede uit de wereld te helpen is nog een totaal andere vraag.   Voor verdere nuancering, zie ook de bespreking van het artikel van Aneel Karnani

Permalink Laat een reactie achter

Vandendriessche Stien – On the mystery of capital and the myths of Hernando de Soto

december 16, 2007 at 10:54 pm (Uncategorized)

Bespreking wetenschappelijk artikel: On  the mystery of capital and the myths of Hernando De Soto: What difference does legal title make?  Gilbert A (2002)

link artikel Gilbert: http://www.businessenvironment.org/dyn/be/docs/63/CritiqueofDeSoto.pdf

In zijn boek ‘Het mysterie van het kapitaal’ schrijft de Peruviaanse econoom Hernando De Soto het falen van het kapitalisme in de derde wereld toe aan het ontbreken van eigendomstitels.  Hij belooft de armen te helpen via het huidige economische, kapitalistische systeem, dat duidelijk werkt in het Westen, en dat volgens hem ook in Derde Wereld landen kan werken.  Kort samengevat wil hij dood kapitaal, dat vastzit in de informele sector, nieuw leven inblazen door armen individuele eigendomsrechten te geven.  Op die manier kunnen ze hun eigendom gebruiken als onderpand voor leningen, en dit zou vervolgens de productiviteit en bedrijvigheid verhogen, wat uiteindelijk resulteert in de toename van hun kapitaal. 

Het artikel van Gilbert A (2002) wil nagaan in welke mate die eigendomstitels werkelijk een invloed hebben op de financiële toestand van armen, en Gilbert stelt daarbij alle grote voordelen van eigendomsregistratie afzonderlijk in vraag.

1) Hoe wordt grond verkregen?

Eerst en vooral bekijkt hij de manier waarop armen hun grond en huis verkrijgen.  Voor steden gelegen in Ecuador, Peru, Centraal-Amerika, Colombia en Venezuela gebeurt dit vaak door invasie, omdat in die gebieden de betreffende regeringen het fenomeen van invasie als het ware aanmoedigen.   In andere landen treedt het fenomeen minder frequent op.  Mensen die hun grond en huis via invasie verkregen hebben worden met rust gelaten, enerzijds omdat de politici hun stemmen bij de verkiezing nodig hebben, anderzijds omdat dit fenomeen het idee van privé-eigendom eerder versterkt dan ondermijnt.  Als het land al echt gestolen is gaat het veelal om publiek en niet om privaat land, en meestal is het gelegen in niet-begeerde gebieden.  Daarnaast worden huizen vaak gebouwd op gronden waarvoor de familie betaald heeft.  Nog andere huizen zijn enkel illegaal in de technische zin van het woord, het zijn namelijk perfecte, fatsoenlijke huizen waarvan iedereen weet aan wie ze toebehoren, maar die wel een formeel geregistreerd eigendomsbewijs missen. 

2) Noodzaak van landstitel

Gilbert gaat in een tweede deel na in welke mate arme mensen die landstitel werkelijk nodig hebben.  Zonder titel voelen gezinnen zich vaak kwetsbaar en onzeker, maar in praktijk blijkt die kwetsbaarheid voornamelijk afhankelijk van andere factoren zoals de identiteit van de eigenaar en de locatie van de grond.  De grootschalige acties van eigendomsregistratie worden voornamelijk om andere redenen uitgevoerd, waarbij het genereren van winst voor de autoriteiten de belangrijkste drijfveer blijkt te zijn.  Het toewijzen van eigendomstitels gebeurt immers via een kostelijke procedure, en mensen moeten daarover op voorhand ingelicht worden zodat ze de mogelijkheid hebben om het aanvragen van de legale titels te weigeren. 

3) Invloed van eigendomsbewijs op het bouwproces

Het volgende punt dat onderzocht wordt is of het verstrekken van legale titels het bouwen/verbouwen van huizen versneld, en dat blijkt eerder bepaald te worden door het gevoel van veiligheid die de eigenaar van het huis heeft.  Hoe geringer men de kans inschat om uit het huis gezet te worden of hoe kleiner de kans dat het afgebroken zal worden, hoe meer er gebouwd/verbouwd wordt.  Volgens de Soto is het zonder legale titel moeilijk om eigendom te mobiliseren, maar in praktijk blijken er florerende markten te bestaan waar land en/of huizen gekocht en verkocht worden.  Het uitdelen van legale titels zorgt er wel voor dat de prijzen voor eigendom op de markt stijgen, waardoor eenzelfde eigendom meer waard wordt.  Dit komt omdat het transferproces vergemakkelijkt, de koper een eigendomsbewijs krijgt en het verkrijgen van formele leningen makkelijker wordt. 

Of een eigenaar van een stuk land/huis geld kan maken uit zijn investering, is niet zozeer afhankelijk van legale eigendom maar wel van timing en locatie.  Toch blijkt dat vele mensen het bezitten van een huis als een goede investering zien.  Volgens Gilbert is dit echter een te optimistische visie en hij is van mening dat de mogelijke winst niet zo groot kan zijn.  De reden hiervoor zou zijn dat families met een legaal huis zelden verhuizen, en dat de markt voor tweedehands huizen zeer klein is.  Men kan met andere woorden geen kapitaal maken als er geen markt is om je bezit te verhandelen. 

4) Verbetert officiële eigendom de toegang tot formele leningen

In het volgende stuk gaat de auteur na of legale eigendom de toegang tot formele financiering verbetert.  Stukken grond en eenvoudige, kleine huizen worden behoorlijk vlot gekocht en verkocht in de zelfopgerichte nederzettingen.  Grotere en afgewerkte huizen daarentegen worden zelden verkocht, simpelweg omdat men het zich niet kan permitteren een groot bedrag neer te tellen.  Volgens De Soto moeten legale titels dit probleem oplossen.  Banken zullen dan immers wel willen lenen aan armen, omdat deze hun eigendom kunnen gebruiken als onderpand.  Het geleende geld kunnen de armen investeren naar eigen keuze, ze kunnen er bijvoorbeeld een zaak mee oprichten, een stuk grond kopen om aan landbouw te doen,…

Studies uitgevoerd in verschillende landen geven echter aan dat de toegang tot wettelijke krediet niet wijzigt door eigendomsregistratie, omdat het voornamelijk een laag inkomen is die banken doen afzien van het lenen aan armen, en niet zozeer het gebrek aan legale eigendom.  Zelfs indien iemand een voldoende inkomen heeft, dan nog is het niet evident om een lening te krijgen en dit omwille van verschillende redenen.  Zo kunnen de kredietverstrekkers informele inkomsten moeilijk verifiëren/schatten, en slechts weinig zelfstandigen kunnen bewijzen dat ze een regelmatig inkomen hebben.  Kredietverstrekkers hebben er niet altijd evenveel vertrouwen in dat de armen hen zullen terugbetalen en tenslotte is de winst die het lenen aan armen oplevert laag.  Spaar- en leendiensten hebben meestal ook strikte regels omtrent welke soort huizen/gronden als onderpand voor leningen kunnen dienen.  Als er ook maar enige twijfel bestaat over de waarde van een eigendom wordt de lening niet toegekend.

5) Willen armen wel lenen

Als men tenslotte nagaat of de armen wel willen lenen (geen microkredieten maar grotere bedragen), blijkt uit verschillende studies dat niet het geval is.  Mensen zijn ontmoedigd en zoeken geen lening omdat ze denken dat ze er toch geen toegekend zullen worden, of omdat ze bang zijn voor de gevolgen indien ze de lening niet kunnen terugbetalen.  Als mensen echt geld nodig hebben gebruiken ze meestal persoonlijk spaargeld of nemen ze informele leningen (van familie, vrienden,…) veeleer dan dat ze naar een bank stappen. 

Finaal gaat de auteur na of legale titels het verhuren van huizen vergemakkelijkt.  Blijkt echter dat verhuren ook vaak in illegale omstandigheden gebeurt, m.a.w. zonder eigendomsbewijs.  Zelfs De Soto vermeldt in zijn boek ‘Het mysterie van het kapitaal’ dat het verhuren van huizen in illegale nederzettingen gebeurt. 

Conclusie: Arme families zijn blij als ze eigendomstitels krijgen en ook de regering vaart er wel bij.  Maar het toekennen van deze titels maakt in praktijk niet veel verschil, zo suggereren verschillende studies.  Opdat een huis een hogere waarde zou bezitten moet het een goede locatie hebben, en zelden tot nooit zijn het armen die op de beste locaties gebouwd hebben.   Waarom moeten we ons dan zo druk maken in wat De Soto verkondigt?  Volgens Gilbert bestaat de kans erin dat De Soto met zijn ganse theorie beleidsmakers zal overtuigen dat zij eigenlijk niet veel meer moeten doen dan eigendomsbewijzen uitdelen, en de markt verder laten voor wat hij is, in plaats van hun echte verantwoordelijkheden op te nemen.

Gilbert A (2002). On  the mystery of capital and the myths of Hernando De Soto: What difference does legal title make? International Development Planning Review, 24 (1), pg 1-19

Permalink Laat een reactie achter

Gegroet kritische geesten!

oktober 25, 2007 at 8:50 am (Uncategorized)

Wekom op onze blog, “Armoede: Van structureel probleem tot marktprobleem en management?”.

 

Armoede komt vandaag op grote schaal voor in de wereld en krijgt veel aandacht in het huidige ontwikkelingsdenken. De visies op de oorzaken en de bestrijding van armoede lopen echter vaak uiteen.

De linkse politicoloog en econoom Samir Amin ziet armoede als een product van het kapitalistische systeem dat onlosmakelijk verbonden is met de polarisatie tussen Noord en Zuid. Hij pleit voor een radicale ommezwaai in het huidige liberaal denken en stelt dat armoede niet kan verholpen worden zolang men de sociale en economische mechanismen die het veroorzaken niet aanvalt.

Hernando de Soto, de bekende Peruviaanse econoom, laat een andere visie horen. Hij erkent dat kapitalisme voor de meeste mensen in de wereld vandaag niet werkt, maar ziet het ook als de motor waarmee de armen zich uit hun situatie kunnen redden. Volgens de Soto is de grote oorzaak van armoede de uitsluiting van de meerderheid van de wereldbevolking uit het kapitalistische systeem. Armoede moet bestreden worden door de armen de middelen te geven toe te treden tot de globale, formele economie.

Op deze blog gaan we dieper in op deze twee visies en willen we andere mensen uitnodigen mee te discussiëren over dit boeiende onderwerp. In de loop van het semester zullen verschillende artikels en mediafragmenten besproken worden, hopelijk maakt dit jullie warm om ook eens een commentaar te posten.

Het resultaat van ons denk- en opzoekwerk kunnen je vinden door op de balk hiernaast te klikken op de tab “de discussie”.

 

Tot blogs!

Magali, Jeroen, Katrijn, Nieke, Joris, Katelijn, Stien en Joeri

Permalink Laat een reactie achter