Joeri Brusselle – De Soto and Land Relations in Rural Africa: breathing life into dead theories about property rights

Commentaar op het wetenschappelijk artikel “De Soto and Land Relations in Rural Africa: breathing life into dead theories about property rights” van Celestine Nyamu Musembi uit Third World Quarterly, Vol. 28, No. 8, 2007, pp 1457-1478

Volgens Hernando de Soto zijn formele eigendomsrechten het ultieme mechanisme om armoede uit de wereld te helpen. De armen in de niet-westerse landen bezitten volgens hem heel wat eigendom, maar kunnen niet van het huidige kapitalisme profiteren omdat ze niet in staat zijn om hun eigendom daadwerkelijk om te zetten in kapitaal. Omdat hun eigendom niet op een formele manier geregistreerd is, kunnen armen geen kapitaal verwerven, geen eigendom verhandelen buiten de eigen gemeenschap en geen krediet verwerven met hun eigendom als onderpand. Formele eigendomsrechten zouden dit wel mogelijk maken. De Soto vat zijn ideeën als volgt samen: “Formal title breaths life into dead assets and transforms them into capital” De Soto’s ideeën zijn zeer populair in het ontwikkelingsdenken, hoewel hij in feite niks nieuws vertelt. Formele eigendomsrechten zijn zelfs al in verschillende landen en gemeenschappen ingevoerd, maar steeds met weinig resultaat. Celestine Nyamu Musembi stelt dan ook dat De Soto oude theorieën nieuw leven in blaast, maar zonder rekening te houden met de negatieve lessen uit het verleden. In haar artikel vergelijkt ze de argumenten van De Soto met vroegere toepassingen van formele grondrechten in landelijk Sub-Sahara Afrika. Musembi stelt vijf duidelijke tekortkomingen vast in de argumenten van De Soto.

1.    De Soto ijvert voor een formalisering van bestaande informele grondrechten, maar hij heeft daarbij weinig oog voor de sociale realiteit. Voorstanders van meer formalisering zien eigendomsrechten louter als een gerechtelijk instrument die kan opgelegd worden door de centrale overheid. De realiteit leert ons echter dat de legitimiteit van eigendomsrechten bepaald wordt door sociale erkenning en aanvaarding. Formele eigendomsrechten bestaan in veel gemeenschappen al, maar meestal staan ze naast ruimere sociale processen en instituties die eigendomsrelaties bepalen. Musembi stelt vast dat sociale instituties, zoals familienetwerken en lokale geschillenregeling, een veel grotere rol in eigendomsrelaties spelen dan formele rechten. Wanneer men formele eigendomsrechten wil invoeren, moet men er bijgevolg rekening mee houden dat die niet in een vacuüm terechtkomen, maar wel in een dynamische sociale omgeving. In de dagelijkse praktijk wordt de betekenis van formele eigendomsrechten dan ook aangepast aan de meer gebruikelijke informele regels, waardoor vooropgestelde doelstellingen van beleidsmakers niet altijd bereikt worden.

2.    Private formele eigendomsrechten zijn volgens De Soto het onvermijdelijke instrument om een efficiënt werkend eigendomssysteem te bekomen. Hij maakt hier (bewust of onbewust) meteen het onderscheid tussen kapitalistische en prekapitalistische eigendomsrelaties. Dit onderscheid is volgens Muzembi problematisch. Ten eerste houdt men geen rekening met verschillen tussen en binnen ontwikkelingslanden en ziet men veranderingen maar in één richting mogelijk, namelijk naar het eigendomssysteem van de Westerse landen. Ten tweede ziet men individuele en absolute eigendomsrechten als het enige efficiënte systeem, en probeert men zoveel mogelijk gemeenschappelijke rechten te vermijden. Bovendien heeft men ook geen oog voor alle vormen tussen individuele en gemeenschappelijke eigendomsrechten, hoewel die in grote mate voorkomen in landelijk Sub Sahara Afrika. Samenvattend kan men stellen dat men formalisering onvermijdelijk gelijk stelt met individualisatie.

3.    Volgens De Soto en andere voorstanders van legale eigendomsrechten, zullen officiële grondrechten toegang tot krediet verlenen en zorgen voor een stijgende economische productiviteit. Men redeneert dat formele eigendomsrechten de landeigenaars een gevoel van veiligheid zal geven en bijgevolg zal men eerder geneigd zijn om investeringen te doen. Bovendien verwacht men ook dat men de eigendomsrechten als onderpand zal gebruiken waardoor het aanbod van officiële leningen zal toenemen. Empirisch stelt men deze fenomenen echter weinig vast. Muzembi geeft hier verschillende redenen voor. Ten eerste proberen commerciële banken, op basis van een kosten-baten analyse, kleinere armere boeren nog steeds te vermijden. Formele eigendomsrechten brengen hier geen verandering in. Ten tweede bestaat er in de ontwikkelingslanden een levendige informele micro-kredietsector. Deze is veel aantrekkelijker omdat men hier niet het risico loopt om land te verliezen, iets waar men in de ontwikkelingslanden een sterke afkeer van heeft. Ten derde stelt men vaak vast dat geregistreerde landeigenaars enkele jaren na de registratie nog steeds niet over alle officiële documenten van eigendom beschikken. De reden hiervoor is dat men vaak nog een bepaald bedrag voor het verkrijgen van de documenten moet betalen. Bovendien stelt men ook geen verband vast tussen formele eigendomsrechten en investeringen. Verschillende onderzoeken tonen immers aan dat een inkomen buiten de landbouw (bijv. uit loonarbeid) een veel belangrijkere determinant van landbouwinvesteringen is dan toegang tot krediet.

4.    Voorstanders van formalisering maken volgens Muzembi twee veronderstellingen die mijlenver van de Afrikaanse realiteit verwijderd liggen. Ten eerste stelt men dat ‘de markt’ enkel de ‘formele markt’ bevat en ten tweede gaat men er van uit dat gezinnen hun bezittingen enkel als ‘activa’ zien. De Soto erkent wel het belang en het bestaan van informele markten, maar volgens hem zijn formele eigendomsrechten noodzakelijk om mensen ook in staat te stellen om transacties met land te doen en om te kunnen profiteren van waardestijgingen in hun land. In landelijk Sub Sahara Afrika stelt men echter wel degelijk een markt in land vast en dat zonder formele eigendomsrechten. Bovendien komen in gebieden waar formele eigendomsrechten wel ingevoerd zijn, informele transacties met land veelvuldig voor. De tweede veronderstelling die voorstanders van formalisering maken gaat voorbij aan de meervoudige betekenissen die landbouwers in ontwikkelingslanden aan hun land hechten. Land wordt niet enkel gezien als een input in het productieproces, maar voor velen heeft het ook een sociale en culturele betekenis. De verkoop van land is meestal een zeer belangrijke beslissing en het gebeurt dan ook meestal in een situatie van noodzaak. De houders van formele eigendomsrechten redeneren in de realiteit bovendien niet als autonome economische agenten. Dit wil zeggen dat men niet vrij beslissingen neemt op het gebied van landtransacties. Landkwesties worden in vele gemeenschappen nog steeds geregeld door sociale instituties zoals een familienetwerk of het clancomité.

5.    Een laatste punt van kritiek richt zich op de verdelende impact van formele eigendomsrechten. De invoering van individuele formele eigendomsrechten in landelijke gebieden waar voorheen meer traditionele en gemeenschappelijke rechten van toepassing waren, leidt in vele gevallen tot een verhoging van de ongelijkheid in de maatschappij. Zo zijn familieleden die voorheen, onder de informele eigendomssystmen, ook een grondrecht hadden benadeeld omdat de formele eigendomsrechten nu individueel zijn en meestal naar het gezinshoofd gaan. Dit leidt in vele gevallen tot een grote ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, aangezien het zelden voorkomt dat vrouwen individuele grondrechten bezitten.  

Het is inderdaad opmerkelijk dat de ideeën van De Soto zo warm onthaald worden in het ontwikkelingsdenken, terwijl vele experimenten met formele eigendomsrechten al veelvuldig zijn toegepast, zonder veel succes. Voor mij is het dan ook moeilijk te geloven dat de formalisering van eigendomsrechten automatisch zal leiden tot een daling van de armoede. Het lijkt er inderdaad op dat De Soto de armen te veel ziet als rationele economische agenten en te weinig rekening houdt met de sociale realiteit. Het is volgens mij logisch dat de invoering van formele eigendomsrechten in een gebied waar men al dertig jaar werkt met meer informele systemen, niet zomaar tot een gedragverandering van de bevolking zal leiden. Wanneer een bevolkinggroep al vanaf het begin de formele eigendomsrechten niet erkent of niet gebruikt, dan zullen de positieve gevolgen die beleidsmakers aan formalisering vasthangen zich uiteraard ook niet voordoen.

Bovendien is het niet zo vanzelfsprekend dat meer formalisering sowieso zal leiden tot een hoger inkomen van de armen. De Soto gaat immers uit van de volgende relatie: formeel eigendom à onderpand à kredietverstrekking à investeringen à hoger inkomen. Met de argumenten van Musembi in het achterhoofd, is het duidelijk dat er bij elke transformatie iets mis kan lopen. Wanneer men, zoals Musembi vaststelt in Kenya, aan z’n land een grote culturele en sociale waarde hangt, is het weinig waarschijnlijk dat men automatisch zijn land als onderpand zal aanbieden. Men ziet land niet als een zuivere productiefactor waardoor men z’n land niet zomaar riskeert voor toegang tot krediet. Als men dit toch doet is het nog maar de vraag of kredietinstellingen bereid zijn om effectief een lening te verstrekken (supra). Men kan zich immers de vraag stellen of formalisering van eigendommen, kleinschalige boeren opeens zoveel kredietwaardiger maakt. Het is volgens mij dan ook waarschijnlijker dat enkel grootschalige boeren met formele eigendomsrechten krediet zullen verkrijgen, waardoor de ongelijkheid in een de gemeenschap stijgt. Naast de vastgestelde ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, kunnen we bovendien verwachten dat ook de ongelijkheid zal stijgen tussen boeren met formele eigendommen en deze zonder. Musembi stelt immers ook vast dat Keniaanse rechters bij landkwesties steeds in het voordeel van formele landeigenaars pleiten, ondanks het feit dat de meeste gemeenschappen nog steeds gebruik maken van de meer traditionele grondrechten.

Het is duidelijk dat we nog grote vraagtekens kunnen plaatsen bij de redenering van De Soto. Talrijke empirische studies wijzen immers uit dat de formalisering van grond en eigendom niet automatisch leidt tot een daling van de armoede. Zomaar stellen dat het op poten zetten van een formeel eigendomssysteem er voor zal zorgen dat de voordelen van het kapitalisme ook de armen zullen bereiken, is dan ook wat voorbarig. De perverse effecten die meer formalisering met zich kunnen meebrengen, bewijzen bovendien dat het invoeren van een goed werkend eigendomssysteem geen makkelijke opdracht is, en dat men met heel wat zaken rekening moet houden. Het is dan ook maar de vraag of meer formalisering zal leiden tot een daling van de armoede.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.