Joris Willems – EPA Update 20 december: De Valstrik

Bespreking van het artikel van Marc Maes EPA Update 20 december: De Valstrik gepubliceerd op http://www.11.be/index.php?option=content&task=view&id=103760

Marc Maes, Beleidsmedewerker Europees Handelsbeleid bij 11.11.11, maakt in dit artikel een balans op van de onderhandelingen over de Economische Partnerschapsakkoorden (EPA’s) tussen Europa en de ACP-landen, die eind 2007 moesten afgerond zijn. De ACP-landen zijn landen uit Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan die in het verleden een gunstige markttoegang voor hun producten kregen op de Europese markt. Voor de ontwikkelingslanden dreigt die gunstige toegang te verdwijnen zonder akkoord voor het eind van het jaar. Enkele landen stonden dan ook onder grote druk om op het nippertje nog akkoorden te sluiten en zo hun voordelige toegang tot de Europese markt te behouden. Maar ten koste van wat ? Marc Maes stelt dat de inderhaast aanvaardde interim-akkoorden een valstrik zijn omwille van de engagementen over de verdere onderhandelingen met betrekking tot liberalisering van onder andere diensten en investeringen in 2008.

Er werd in het kader van de onderhandelingen altijd gezegd dat de akkoorden de regionale integratie moesten bewerkstelligen. Maar het is duidelijk dat bestaande regionale economische- en muntunies in de onderhandelingen buiten spel zijn gezet. Ivoorkust en Ghana maken bijvoorbeeld deel uit van ECOWAS. Het feit dat de EU erin geslaagd is deze beide landen individueel over de brug te krijgen heeft natuurlijk alles te maken met de dreiging van de verhoogde kosten vooraleer ze hun producten op de Europese markt kunnen aanbieden. Op Ghana, Ivoorkust en Nigeria na, zijn de andere lidstaten van de economische unie allemaal minstontwikkelde landen die onder de “Everything but Arms” regeling een bevoorrechtte toegang tot de Europese markt behouden. In dezelfde economische unie ziet het er vandaag naar uit dat Nigeria hogere invoerrechten zal moeten gaan betalen voor hun export naar Europa omdat ze niet tot een akkoord zijn gekomen. Er zijn dus drie verschillende regelingen voor landen uit dezelfde economische unie: “Everything but Arms” voor de minst ontwikkelde landen, een individueel EPA voor Ghana en Ivoorkust, en verhoogde invoertarieven voor Nigeria. Integratie ?

Ivoorkust is bovendien lid van de West-Afrikaanse muntunie die gezamelijke douane-afspraken hebben. Doordat zij nu een akkoord sloten met Europa, zullen de buurlanden van Ivoorkust hun grenzen nu beter zullen moeten controleren voor de invoer uit Europa. De EPA’s gaan inderdaad over goedkope export naar de Europese markt, maar ook over de grotere vrije toegang van Europese producten (en in een later stadium ook diensten). Gezien de minstontwikkelde landen hun bevoorrechtte toegang tot onze markt behouden, hebben slechts enkelen een akkoord gesloten. Ze vrezen immers dat hun lokale markt niet kan concurreren tegen Europese producten als de prijs daarvan daalt door verlaagde invoertarieven. Zo komen we in een situatie terecht dat er in Ivoorkust wel een goedkopere invoer van Europese producten zal komen, terwijl dat in de buurlanden van de muntunie niet zo is. Deze zullen dus hun grenscontroles moeten verstrengen om de goedkope import te vermijden, wat ingaat tegen de bestaande douane-afspraken. Europa is er met de onderhandelingen over de EPA’s in geslaagd ernstige obstakels op te werpen voor de bestaande regionale samenwerking. In plaats van de regio’s te integreren brengt ze regionale economische unies in uiterst moeilijk vaarwater. Dat hier een belangrijk prijskaartje aan vasthangt hoeft geen betoog. En deze factuur zal niet betaald worden door Europa.

Verschillende onderhandelaars hekelen de enorme druk die Europa heeft gezet door te dreigen met hogere invoertarieven voor producten uit de ontwikkelingslanden vanaf 1 januari 2008. Deze landen die geen (interim-)akkoord hebben getekend zien het gevaar van een terugval van hun export maar al te goed in. “De economische en politieke macht van de Europese Commissie is op zichzelf een bedreiging en legt druk op de onderhandelingen. (…) Er worden brute tactieken gebruikt, je tekent of je verliest je markt.” stelde een diplomaat uit Namibië. De ministers van de ACP-landen stellen onomwonden dat de Europese handelsbelangen de bovenhand hebben gekregen op de ontwikkelingsbelangen.

Mijns inziens zijn de EPA onderhandelingen een staaltje van een sterk Europees lobby-apparaat dat desastreuse gevolgen zal hebben op de economie in de betrokken landen en de samenwerking tussen de regionale partners. Ik vraag me luidop af waarmee we nu eigenlijk bezig zijn. Enerzijds geld pompen in programma’s en projecten in het Zuiden, en anderzijds ervoor zorgen dat een groot deel van het potentiële rendement van het geïnvesteerde geld door nieuwe handelsakkoorden teniet gedaan wordt. Ik kan niet anders dan er cynisch van worden en mezelf afvragen of het nu werkelijk geld was dat we in een programma voor duurzame ontwikkeling of armoedebestrijding investeerden, of gewoon een aalmoes voor de bedelaars uit het Zuiden om ons geweten te sussen. Maar dat dit geen strategie is om de armoede te bestrijden staat buiten kijf.

Belangrijk detail: Europa, dat zijn wij. De grotere toegankelijkheid van de markt in de ACP-landen is alvast goed nieuws voor Europese exporteurs die een nieuwe afzetmarkt zien groeien. Of voor Europese importeurs die nu geen last meer hebben van de vroegere uitvoerbeperkingen en vanaf 1 januari in theorie de hele voorraad van een product kunnen opkopen. Wat dat betreft vind ik me helemaal terug in het artikel van Joeri Brussele dat elders op deze blog werd gepubliceerd en waarin vragen worden gesteld bij de uitwassen van het kapitalisme (http://armoede.wordpress.com/joeri-brusselle-neoliberalismmyths-and-reality/).

De onderhandelingen over liberalisering van de investeringen moeten volgens de interim-akkoorden in 2008 gevoerd worden. Er valt natuurlijk wel wat te zeggen voor het nut van investeringen in de ACP-landen om lokaal een economische dynamiek op gang te brengen. Ik zeg maar wat, een textielfabriek bouwen om een grotere meerwaarde toe te voegen aan het lokaal geproduceerde katoen, zoals ook uit de reactie van Marijke Herremans op bovenvermeld artikel blijkt. Maar welk rendement wil een privé-bedrijf halen ? Wanneer heeft het genoeg winst gemaakt om de investering te hebben gerecupereerd en er nog een cent aan heeft verdiend ? Waar gaat nadien de winst naartoe ? Je creëert mijns inziens enkel een gezonde lokale economische dynamiek door de winst opnieuw lokaal te investeren. De vraag is natuurlijk of een buitenlands investeerder dat zal doen. En vooral, of dergelijke mechanismen mee zullen worden ingewerkt in de definitieve akkoorden.

In een ander artikel op deze blog bespreek ik de fiscale impact van de EPA’s op de West-Afrikaanse staten (http://armoede.wordpress.com/joris-willems-the-trade-and-fiscal-impact-of-euacp-economic-partnership-agreements-on-west-african-countries/).

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.