Joris Willems – The Trade and Fiscal Impact of EU/ACP Economic Partnership Agreements on West African Countries
Commentaar op Matthias Busse en Harald Grobmann (2005). The Trade an Fiscal Impact of EU/ACP Economic Partnership Agreements on West African Countries. Journal of Development Studies, Vol. 43, No 5, 787-811, juli 2007
In The Trade an Fiscal Impact of EU/ACP Economic Partnership Agreements on West African Countries onderzoeken Matthias Busse en Harald Grobmann enkele gevolgen van de Economische Partnerschapsakkoorden (EPA’s) die de EU wil sluiten met de zogenaamde ACP landen. Dat zijn landen uit Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan. De EU zet nu zware onderhandelingsdruk op de ACP-landen die nog niet tekenden om voor het eind van het jaar een akkoord rond te krijgen. In het verleden konden deze landen rekenen op niet-wederkerige preferentiële toegang tot de Europese markt. In gewone mensentaal wil dat zeggen dat deze landen gunstige toegangsvoorwaarden kregen tot de Europese markt, terwijl de invoer uit Europa wel mocht belast worden. Een vaak gehoorde kritiek op de EPA’s vanuit enkele NGO’s en Afrikaanse staten is dat de kleinschalige boeren en de zich ontluikende industrie niet meer concurrentieel zal zijn door een vrije markttoegang voor Europa. Met andere woorden: grotere import uit Europa zal de lokale producenten in een minder concurrentiële positie plaatsen. Minder verkoop van lokale producten, minder winst voor lokale producenten en aldus een gevaar voor toename van de armoede.
Het artikel bespreekt een onderzoek dat zich beperkt tot rechtstreekse gevolgen op niveau van handel en overheidsinkomsten van landen van de Economische Gemeenschap van West Afrikaanse Staten (ECOWAS). Er wordt geen rekening gehouden met de afscherming van de markt voor een beperkt aantal goederen die de landen in kwestie nog zullen kunnen blijven toepassen. Evenmin wordt in rekening gebracht dat de minstontwikkelde landen hun preferentiële toegang tot de Europese markt ook behouden zonder EPA’s. Deze landen kunnen toetreden tot het Generalised System of Preferences + (GSP+). De sterke onderhandelingspositie van Europa is hier beduidend minder doorslaggevend. Met andere woorden, in het onderzoek worden de minstontwikkelde landen mee in rekening gebracht alsof ze zich moeten schikken naar de voorwaarden zoals deze in 2005 (datum van het onderzoek) op tafel lagen, zonder rekening te houden met het feit dat ze in een betere positie zitten om te weigeren te tekenen. Het lijkt erop dat het artikel daardoor vooral relevant is voor de ECOWAS landen die niet tot de groep van minstontwikkelde landen behoren. Aldus blijven enkel Ivoorkust, Ghana en Nigeria over. Belangrijk is echter op te merken dat enkele technische details met betrekking tot het GSP+ ervoor kunnen zorgen dat de gunstige voorwaarden voor de minstontwikkelde landen grotendeels teniet gedaan worden. Hiervoor verwijs ik echter naar mijn bespreking van het artikel van Marc Maes.
De heffingen op de import van goederen uit Europa vormen voor enkele van de West-Afrikaanse landen een belangrijk deel van de overheidsinkomsten. Met EPA’s die als zodanig in voege treden zouden landen als Kaapverdië of Gambia hun overheidsinkomsten zien dalen met respectievelijk 19,8% en 21,9%, op het niveau van het BNP is dat 4,1% en 3,5%. Voor andere landen zijn de cijfers minder dramatisch, maar met de reeds bestaande grote overheidstekorten van sommige van deze landen blijft de terugval in overheidsinkomsten toch erg belangrijk. Als we kijken naar de landen voor dewelke het onderzoek een grotere relevantie heeft, verliezen Ghana, Ivoorkust en Nigeria respectievelijk 2,1%, 0,8% en 1,3% van hun BNP.
Het verlies aan overheidsinkomsten door het openstellen van de markt voor Europese producten is slechts één conclusie. Daarnaast wordt ook vastgesteld dat de invoer uit Europa in de ECOWAS landen aanzienlijk zal toenemen. Voor Ghana, Ivoorkust en Nigeria zou een complete liberalisering van de import een stijging van de EU-import betekenen met 6,9%, 8,2% en een hallucinante 20,8 % respectievelijk. De cijfers lijken sprekend, maar moeten mijns inziens toch met een zekere voorzichtigheid benaderd worden. Ook in de voorgestelde vrijhandelszones blijven enkele producten afgeschermd door invoertaksen. De vraag is natuurlijk dewelke en hoeveel. 20 % van de producten mag beschermd blijven worden van Europa, maar de lijst is een optelsom van de producten uit de ECOWAS landen. Door sterke onderlinge verschillen tussen de verschillende lidstaten dreigt het aantal werkelijk beschermde producten per land wel erg beperkt te blijven.
Het artikel is mijns inziens beperkt qua relevantie op de werkelijke impact van de EPA’s op de ECOWAS landen omdat cruciale data niet mee konden worden ingecalculeerd. Er wordt evenmin besproken wat de gevolgen kunnen zijn voor de lokale markt. Wordt deze verzadigd door Europese invoer waardoor lokale (mini-)bedrijfjes hun waar niet meer krijgen verkocht ? De invoer van Europees kippevlees is zoals het elders gepubliceerde filmpje nefast voor de lokale kippenindustrie. Een andere beperking van het artikel is dat er evenmin werd er gekeken naar wat de gevolgen zijn voor export naar Europa. Zal ook die toenemen en zo de lokale economie weer wat aanzwengelen ? Dat blijft een vraagteken.
Een echte analyse van de impact van de EPA’s kan met het artikel niet gemaakt worden. Daar staat tegenover dat het interessante aanwijzingen geeft over enkele van de gevolgen bij een toename van de vrijhandel voor de ECOWAS landen. Zelfs met de gemaakte beperkingen blijft deze ontegensprekelijk aanzienlijk. Belangrijk lijkt vooral de grote terugval van de overheidsinkomsten door verlies van de invoerheffingen. Men zou natuurlijk kunnen stellen dat de landen in kwestie moeten omschakeling van invoerheffingen naar een systeem van belasting toegevoegde waarde. Niet geheel onzinnig als idee, maar het lijkt weinig realistisch om op korte termijn zo een ingrijpende verandering van het belastingsstelsel te verwezenlijken. En een dergelijke omvorming zal bovendien aardig wat geld kosten en de vraag is wie die factuur zal betalen.
Ter informatie voeg ik hieraan toe dat ook mijn andere besprekingen dieper ingaan op de EPA’s. Deze zullen immers mijns inziens een grote invloed hebben op de economische ontwikkeling van de ACP-landen, en bijgevolg op het armoedefenomeen.
Joris Willems, december 2007