Katrijn Meirlaen – Ann Varley: Private or Public – Debating the Meaning of Tenure Legalization
Private or Public – debating the Meaning of Tenure Legalization.
Bespreking wetenschappelijk artikel:
Varley, A. (2002). “Private or public: debating the meaning of tenure legalization”.
International Journal of Urban and Regional Research. Vol. 26 (3), pp. 449–461.
Toen ik Hernando de Soto voor de eerste maal hoorde verkondigen dat de oplossing voor armoede lag in het legaliseren van wat informeel (niet-legaal) bezit was (grond, huizen, etc.) en bovendien ook zag dat een dergelijke visie een enorme populariteit en navolging kreeg (ILD), was de eerste vraag die ik me stelde of dat het allemaal wel zo eenvoudig lag. De Soto’s blik op armoedebestrijding lijkt zeer eenvoudig, maar is dit in de praktijk ook zo simpelweg te realiseren? Ik zal hier niet ingaan op de zin van een dergelijke door de Soto voorgestelde marktingreep – hoewel dit zeker voor discussie vatbaar is. Voor het bespreken van een wetenschappelijk artikel ben ik dan ook expliciet op zoek gegaan naar een kritiek op de Soto’s visie vanuit een lokale context. Ik koos er het artikel van Ann Varley uit (met case-study Mexico) omdat zij m.i. correct beargumenteert dat de aantrekkingskracht, maar tegelijkertijd ook de zwakte van de Soto’s theorie ligt in het zwart/witonderscheid dat hij maakt wanneer hij het heeft tussen formeel/informeel bezit. Varley zal deze dichotomie bespreken aan de hand van een gelijkaardige opsplitsing tussen publiek en privaat domein en dan voornamelijk waarom dit onderscheid zo gevaarlijk is. Deze invalshoek is niet echt de meest voordehandliggende om kritiek te geven op de Soto, maar dat maakt het des te boeiender.
In wat volgt gebruik ik het wetenschappelijk artikel van Varley als leidraad en ondersteuning van mijn argumentatie. Dit is dus geenszins een samenvatting van Varley’s artikel. Wie hier interesse voor heeft kan op Elin het artikel vinden.
Hernando De Soto’s visie op armoede is op deze blog al uitvoerig aan bod gekomen. Samengevat komt het erop neer dat de Soto de formalisering of legalisering van eigendom ziet als dé sleutel om het falen van het kapitalisme in de Derde Wereld – en de daarmee gepaard gaande armoede – te overwinnen (de Soto, 2000, p. 44). Het kapitalisme is de Derde wereld niet voorbijgegaan. Vele ‘armen’ bezitten wel kapitaal maar produceren het niet. De Soto zegt, eenvoudig gesteld, dat wanneer we de informele sector binnen de formele economie brengen dit zou bijdragen tot de reductie van armoede. In concreto: de legalisering van huizen en landen stelt mensen in staat om hun eigendom als onderpand voor investeringen aan te wenden. Kapitalisme en marktontwikkeling blijven dus de weg die ontwikkelingslanden moeten volgen indien zij de armoede het hoofd willen bieden. Legalisatie van onroerende eigendommen zou hierbij functioneren als de ultieme motor om sociale en economische veranderingen teweeg te brengen. In the mystery of capital pleit de Soto dan ook voor een radicale omzetting van het ‘extralegale’ in het ‘legale’. Illegaliteit en legaliteit worden als twee afzonderlijke categorieën beschouwd. Armen leven en werken, althans de Soto, buiten de officiële wet. De spatiale metafoor die de Soto gebruikt is die van een glazen stolp: mensen leven binnen of buiten deze stolp. Het bestrijden van armoede door middel van het uitbreiden van de formele sector staat gelijk aan het opheffen van die stolp.
Het mag duidelijk zijn dat de Soto’s hypothese sterk afhankelijk is van het basisonderscheid dat gemaakt wordt tussen wat ‘legaal’ is en wat ‘illegaal’, tussen wat als ‘formeel’ beschouwd wordt en wat als ‘informeel’. Door het armoedeprobleem zo dichotomistisch te bekijken vervallen we vaak in het gevaar het onderscheid tussen beide categorieën te gaan overdrijven. Ann Varley koppelt aan deze dichotomieën het onderscheid tussen het publieke en het private. Zij zal argumenteren dat er helemaal niet zo’n groot onderscheid is tussen het publieke en het private (of het legale en illegale). Van daaruit zal zij ook de veronderstelling dat legalisatie een machtige motor tot verandering is (of beter: de oplossing voor het armoedeprobleem) in vraag stellen.
Het werken met dichotomieën kan nogal abstract lijken. Meer concreet komt het op hetvolgende neer. Het geven van eigendomstitels betekent niet noodzakelijk dat mensen daarom hun huis kunnen verkopen of als onderpand wíllen gebruiken, noch willen zij uit hun huizen gezet worden als resultaat van deze legalisatie. Er is dus duidelijk een onderscheid tussen de hypothetische markt die de Soto beoogt en de wil van de bewoners of eigenaars. De resultaten van regularisatie zullen daarom ook niet de door de Soto voorspelde resultaten zijn. De reden hiervoor ligt, aldus Varley, in het feit dat de Soto te hard focust op het publieke (de markt), in plaats van in het private domein (de individuele wil en emotionele waarde van eigendom) in ogenschouw te nemen. Het private wordt niet in rekening gebracht omdat het bij de beleidsvorming vaak als irrelevant wordt beschouwd.
Maar dit private domein is van een essentieel belang. Ann Varley baseert haar argumentatie op een casestudie in Mexico. Binnen de extralegale sector zijn persoonlijke relaties van bijzonder groot belang. Politieke groepen of individuele verkopers fungeren als ‘makelaars’ tussen de inwoners en de overheid. De afhankelijkheid van (en vertrouwen in) persoonlijke relaties op dagdagelijkse basis staat schril in contrast met het formele functioneren doorheen rationele, onpersoonlijke en universeel toepasbare principes en instituties.
Legale toewijzing van land en eigendom laat de eigenaars toe om gebruik te maken van de legale normen en instituties die het gebruik en de verkoop van hun eigendom reguleren. Maar er wordt van uit gegaan dat dit formaliseren ook de wil is van de bevolking, terwijl we in praktijk zien dat de inwoners formele voorzieningen en kredietleningen vermijden ten gunste van informele regelingen met vrienden of verwanten. Geld lenen van een bank of overheidsinstelling betekent het verlies van flexibiliteit – de woordkeuze ‘endrogar’ (wat in feite staat voor ‘lenen via de bank’) is hier een mooie metafoor voor. Wie een beetje Spaans kent, ziet dat de link met afhankelijkheid van drugs niet ver te zoeken is. Het is een uiterst tekenende vergelijking.
De flexibiliteit van het informele is dus een van de belangrijkste redenen waarom mensen zichzelf illegaal huisvesten. Dit betekent een radicaal contrast met de klassieke associatie van het publieke/legale met onafhankelijkheid en autonomie. De waarden die gepaard gaan met het publieke en het private, of aan het legale en illegale worden gehecht, worden hier omgekeerd. Deze omkering stelt de Soto’s valorisatie van het legale over het illegale in vraag. De Soto stelt dat ‘formal property titles allowed people (in the West) to move the fruits of their labour from a small range of validation into that of an expanded market’. Daarom dat ‘formal property must be universally accessible: to bring everyone in one social contract where they can cooperate to raise society’s productivity’. Maar in de praktijk worden lokale regelingen echter vaak verkozen boven de veronderstelde vrijheid van een ‘universele’ markt.
Kortom, voor de Soto betekent incorporatie in de formele, niet-lokale markt de sleutel om economische achtergesteldheid te overwinnen. Maar niet iedereen ziet dit als wenselijk, omdat het voornamelijk eigendommen (waar individuele waarde aan gehecht wordt) in de formele markt opneemt. Legalisering leidt volgens critici ervan bovendien tot een ‘gedwongen verhuis’ van de oorspronkelijke bewoners, omdat het wonen in deze gebieden meer zou gaan kosten en zij aantrekkelijker zouden worden voor mensen met hogere inkomens, die geen illegale eigendommen nastreven. Wat deze critici gemeen hebben met de voorstanders van legalisatie is het geloof in de capaciteit ervan om veranderingen teweeg te brengen.
Ann Varley argumenteerde in dit artikel dat wanneer we het private (de emotionele banden tussen buren, vrienden en/of familie die informeel krediet verlenen) niet in ogenschouw nemen, we er niet in slagen om de gevolgen van legalisering ten volle te vatten.
Varley stelde zich de juiste vraag: is legalisatie van eigendom wel wenselijk? De Soto houdt te weinig rekening met de culturele context waarin hij zijn ideeën wilt implementeren. Deze kritiek gaf ook Robert J. Samuelson. Hij bekritiseerde de “single bullet approach” [1] van de Soto en pleitte voor een grotere nadruk op cultuur en op hoe lokale omstandigheden de perceptie van legalisatie kan beïnvloeden. De Soto stelde zich nooit de vraag waarom vele ontwikkelingslanden nooit hun eigendommen gelegaliseerd hebben. Wanneer we de factor cultuur in rekening brengen, verandert dit de conclusie van de Soto grondig. Ann Varley werkte in dit artikel alvast Samuelsons visie meer in detail uit.
Kritiek die ik kan geven op Varley is dat zij alle heil dan weer in de lokale context legt. Niets garandeert dat die ‘informele’ of ‘extralegale’ sector zo rooskleurig en ‘romantisch’ is, dat de sociale banden er zo solide zijn. Desalniettemin is dit artikel interessant omdat het de culturele geldigheid van de Soto’s pleidooi voor legalisatie in vraag stelt.
[1] Samuelson, R.J. (2001). ‘The spirit of Capitalism’, Foreign Affairs. Vol. 80 Issue 1, p.205-211
http://www.foreignaffairs.org/20010101fareviewessay2001010112/robert-j-samuelson/the-spirit-of-capitalism.html