Katrijn Meirlaen – Martin Burt: Fighting Poverty With Education
Martin Burt – Fighting Poverty with Education.
“Everybody talks about eliminating poverty. But nobody talks about how to put money in the poor’s pockets. Our agricultural school says bluntly: we want to eliminate poverty, we want to teach the poor how to make money.”
(Martin Burt, zie video)
Burt startte zijn redenering na een volksprotest in Paraguay aan het einde van de jaren ’90. Hij realiseerde zich dat het gangbare publieke beleid niet zou bijdragen tot een grondige transformatie van de samenleving, tenzij de jonge en arme generatie betrokken zou worden bij het doordrijven van productieve veranderingen. Als alternatief voor het bestaande top-down-beleid voorzag Burt een bottum-up-aanpak, om economische onafhankelijkheid te stimuleren èn als dusdoende armoede te reduceren. Het wondermiddel bij uitstek hiervoor was het onderwijs. In dit filmpje wordt de stelling van Burt duidelijk naar voor gebracht: door het bieden van kwaliteitsvol en zichzelf voorzienend onderwijs (daarmee wordt bedoeld dat de studenten leren hoe zij productief gewassen kunnen telen, en door deze te verkopen hun onderwijs ‘betalen’) worden bottom-up veranderingen bewerkstelligd, wat op zijn beurt de armoede zou bestrijden. Vanwaar de correlatie tussen onderwijs en armoedereductie? Burt laat doorschijnen dat door effectief te leren hoe je zelf in je levensonderheid voorziet, je veel effectiever aan landbouw doet. Door effectiever om te gaan met de schaarse middelen die je hebt kan je meer opbrengst krijgen van hetzelfde stukje grond. Door dit te verkopen krijg je meer baar geld in je zakken. M.a.w ‘transform poor youth into rural entrepeneurs’, opdat zij uit de armoede zouden geraken. Meer zelfs: opdat zij de samenleving zouden kunnen veranderen.
Burts these is een straffe uitspraak. Hoewel ik niet wil ontkennen dat onderwijs een zeer belangrijke bijdrage kan leveren bij het bestrijden van armoede, raakt Burts redenering mijn inziens echter uiterst weinig grond.
Ten eerste spitst Burt zich met zijn project voornamelijke toe op bestrijding van armoede via landbouw – waarbij we ons terecht de vraag kunnen stellen of landbouw niet slechts één facet is waar verbeteringen kunnen worden aangebracht, of om zijn redenering door te trekken - de enige onderneming waarbij onderricht moet worden gegeven. Een (bijkomende) terechte vraag is dan ook: spreekt landbouw de jeugd (de toekomst?) wel nog aan? Is het sociale beeld van landbouw nog zo sterk dat het jongeren aantrekt? En wanneer dit niet zo is, zou het bieden van een dergelijke onderwijsmethode de oorzaken daarvan wel wegnemen? En zou het aanbieden van ‘agricultural tips’ wel effectieve veranderingen in de gewoonten van de lokale bevolking tot stand brengen? Burt laat in het filmpje alvast uitschijnen van wel. In de veronderstelling dat dit effectief zo is, kan je het dan wel veralgemenen naar andere contexten?
Ten tweede stelt Burt dat “there’s a general thinking in the world that poor can never help themselves and that economic self-reliance is not possible in Africa, Latin America, or India. We have to change that. Every poor village can have an economical self-sufficient agricultural school to teach child farmers. And when you have rural entrepreneurs making money they can become leaders of society and start a system in which people regain power.” Is het wel zo eenvoudig? Ik denk het niet. Ik ga er ten eerste al niet van uit dat economische zelfredzaamheid in ontwikkelingslanden onmogelijk is. Wel moeten de ‘armen’ voorzien worden van de noodzakelijke instrumenten en instituties om hun economische onafhankelijkheid te bewerkstelligen. Daarvoor alleen al is er duidelijk méér nodig dan educatie. Ten tweede, is het wel effectief zo dat wanneer enkele zogeheten ‘rural entrepeneurs’ over geld beschikken, zij zullen weten wat goed en slecht is voor hun samenleving en een systeem zullen opzetten om de samenleving (positief) te veranderen? Zou dat dan hun eerste zorg zijn?
Ten derde spreekt Burt mijn inziens in zeer veralgemenende termen over armoedebestrijding. De these dat onderwijs bijdraagt tot reductie van armoede lijkt me té eenvoudig. Burt gaat uit van de veronderstelling dat door de armen jongeren praktisch onderwijs aan te bieden en hen de centrale principes van de economie bij te brengen, er hen duurzame voedselproductiemethoden bijgebracht zullen worden die zij later op hun eigen grond toepassen, waardoor zij zelfvoorzienend worden en armoede de wereld uit wordt geholpen. M.a.w., leer de studenten hoe zij kwaliteitsvol aan landbouw kunnen doen en de veranderingen zullen zichzelf wel naar de dagdagelijkse praktijk, inclusief armoedebstrijding, vertalen. Het armoedeprobleem wordt zo via een al te eenvoudige focus belicht.
Door het verschaffen van onderwijs via zelfvoorzienende scholen worden twee belangrijke doelstellingen nagestreefd: zowel de ‘empowerment’ of bekrachtiging van de armere groepen als het bewerkstelligen van winst (door inzicht in economische processen en rentabiliteitsberekening). Burt onderschrijft met zijn gedachtegoed duidelijk het Chinese spreekwoord dat zegt : “Give a man a fish and he will eat for a day. Teach him how to fish and he will eat for a lifetime”. Maar die vis moet dan natuurlijk ook nog verkocht worden.
Macro-economische politieken van liberalisering en globalisering hebben in vele ontwikkelingslanden formele jobs vernietigd. De drastische vermindering in de sociale sector onder de mantel van de SAP’s en het ontbreken van sociale veiligheidsnetwerken verergerde de situatie van de armsten. Het autonome ondernemen bleef als het ware over als de enige optie om armoede tegen te gaan, en zowel Burts hypothese dat onderwijs armoede de wereld uit helpt als het verschaffen van microkredieten onderschrijven dit uitgangspunt. Het is m.i. echter fout te veronderstellen dat hun producten ook gemakkelijk op de mondiale marktplaats terechtkomen. De markt wordt overheerst door aggressieve marketingstrategieën, campagnes, trends en de sterke marktposities van internationale bedrijven. Wanneer mensen niet over de nodige financiële bronnen beschikken om hun goederen aan de markt te brengen en er een faire prijs voor te vragen, dan levert hen dit een onvoordelige (en oneerlijke?) positie op de globale markt op. En daar houdt het succesverhaal op. Het spreekt voor zich dat er meer nodig is dan onderwijs om armoede te bestrijden. Er moet een overkoepelend framework opgericht worden dat zowel over superviserende als regulerende capaciteiten moet beschikken, dat armen verzekert dat zij hun gewassen en/of producten aan een voordelige prijs kwijt kunnen op de globale markt. Arme landen moeten de kans krijgen om hun interne markt uit te bouwen. Ons beperken tot een microniveau (onderwijs) levert enkel micro-oplossingen op. Maar we moeten de stap durven maken van een micro naar een macroniveau.
Kortom, ik ga akkoord met Burt door te stellen dat educatie aan de basis ligt van een groter zelfbewustzijn en een basisstap is om tot economische onafhankelijkheid te komen. We mogen echter niet zomaar onze Westerse manier van denken toepassen op derdewereldlanden – onderzoek heeft al genoeg aangetoond dat onze Westerse normen in niet-westerse context moeilijk tot niet implementeerbaar zijn. Het gaat erom tot een lokale beweging te komen die samen de handen in elkaar slaan om hun eisen en wensen door te drijven. Deze beweging moet geruggensteund worden door een macro-economische instantie. Onderwijs en inzicht in de problematiek liggen hierbij aan de basis, maar om tot een verandering te komen is er méér nodig. Onderwijs lijkt me een te sterke micro-oplossing, analyse van de context en de wil tot verandering, waarbij ook lokale participatie en nutsbeleving, zijn noodzakelijk. Indien hier geen rekening mee wordt gehouden zijn projecten gedoemd te falen. Armoedebestrijding is niet gelijk aan het bieden van onderwijs. Armoedebestrijding is meer dan de som der delen. Armoede vraagt om een structurele verandering. Onderwijs alleen is hiervoor onvoldoende.
Wat denken jullie?
Liesbeth Herremans zei,
december 25, 2007 bij 4:41 pm
Dat armoedebestrijding zich meer moet richten op de aanpak van structurele en macro-economische oorzaken ervan en niet op de bestrijding op microniveau, zoals vandaag steeds meer en meer bepleit wordt binnen het heersende neoliberale denkkader (denken we hierbij aan Prahalad’s bottom of the pyramid aanpak, De Soto’s eigendomstitels, Yunus’ microkredieten, … ) is een stelling die de tegenhangers van dit neoliberaal denkkader steeds luider verkondigen. De tegenhangers van de neoliberale aanpak of individuele aanpak van armoede pleiten vol overtuiging voor het doorvoeren van diepgaande sociale veranderingen; enkel deze kunnen ervoor zorgen dat armoede op een efficiënte en duurzame manier bestreden kan worden en dat er nieuwe kansen voor de armen te creëren gecreëerd worden. Zij pleiten met andere woorden duidelijk voor een structurele en institutionele aanpak van het armoedevraagstuk en maken duidelijk dat de aanpak van armoede/ontwikkeling meer is dan louter economische groei.
Het probleem in de stelling van Burt is volgens mij dat hij ervan uit gaat dat onderwijs alles wel zal oplossen. Zoals de neoliberalisten stellen dat toegang tot de markt het wondermiddel voor armoede bestrijding is, poneert hij dat onderwijs dit wondermiddel is. Ik acht deze visie te weinig genuanceerd. Het is zonder meer duidelijk dat onderwijs een belangrijke rol speelt in het structureel aanpakken van armoede maar niet DE belangrijkste rol. Armoede kan volgens mij maar op een efficiënte manier bestreden worden indien er een samenwerking is tussen verschillende facetten van het beleid (politiek, economisch, institutioneel en sociaal) zoals het instellen van sociale vangnetten, minimumlonen, betere toegang tot gezondheidszorg voor iedereen, herverdeling van de lonen, het garanderen van sociaal-economische rechten, het garant staan door de staat voor het aanbieden van basisdiensten, … .
Educatie is een absoluut een stap in de goede richting, maar het mag niet gezien worden als de enige noodzakelijke stap
Ook ik stel me de vraag of de pure focus op landbouw die Burt hanteert wel voldoende is. Een te eenzijdige ontwikkeling (hier landbouw) zal volgens mij nooit garanties bieden dat het de algemene ontwikkeling ten goede zal komen. Daarenboven is landbouw volgens mij een sector waarin het Zuiden, zelfs met de goede educatie, het nooit kan halen (tenzij voor een zeer beperkt aantal specifieke producten) op de geliberaliseerde wereldmarkt tegenover de (gesubsidieerde) westerse landbouwproducten die de prijzen op deze markt drukken.
Mijns inziens past Burt zijn these ook binnen het neoliberale denkkader; hij gaat er vanuit dat eens men voldoende en de juiste vormen van onderwijs geniet, de markt er wel voor zal zorgen dat iedereen kansen krijgt op de grote mondiale (en zeer competitievolle) markt, om zo onder het juk van de armoede uit te geraken. Burt haalt als oplossing van het armoedevraagstuk dus een van de antwoorden van de structurele aanpak uit haar context en past deze vervolgens toe binnen het neoliberale denkkader. Volgens mij is dit onvoldoende om de armoede op een efficiënte manier aan te pakken zeker gezien het micro-niveau dat hij hanteert; deze aanpak raakt niet aan de essentiële (en structurele) oorzaken van armoede. Daarenboven kan volgens Burt ontwikkeling gelijkgesteld worden aan economische ontwikkeling, hetgeen mijn inziens absoluut niet opgaat. Ik ga dan ook volledig akkoord met de laatste paragraaf van bovenstaande blog: onderwijs moet hand in hand gaan met andere structurele aanpassingen wil het een efficiënte uitkomst bieden inzake de armoedevermindering. Het meso-, macro- en microniveau moeten geïntegreerd worden voor de aanpak van armoede.
Net zoals het geval is bij microfinanciering, valt er volgens mij niet te betwisten dat het initiatief van Burt effectief positieve gevolgen heeft en dat een aantal mensen door het programma effectief beter af zijn dan ervoor. De positieve gevolgen zijn echter beperkt tot een kleine selectieve groep en deze zullen volgens mij nooit voldoende zijn om armoede op een duurzame manier te verminderen laat staan om de door Bert gereclameerde transformaties van de maatschappij teweeg te brengen.
armoede zei,
december 29, 2007 bij 8:07 pm
Aansluitend op de commentaar die reeds werd gegeven op de video wil ik hierbij mijn visie met betrekking tot de rol van het onderwijs in ontwikkeling uit de doeken doen. Vooreerst moet ik erkennen, zoals ook hierboven reeds meermaals vermeld, dat onderwijs niet het enige aspect is om ontwikkeling te bewerkstelligen. Het is dus geen wondermiddel, maar mijns inziens is dat ook niet wat Burt suggereert. Wat hij wel doet, en daarin treed ik hem bij, is onderwijs zien als één van de belangrijkste hoekstenen om tot een ontwikkeling te komen die op termijn tot armoedereductie kan leiden. Onderwijs is met andere woorden een motor voor ontwikkeling. Door het opleiden van mensen geeft men ze belangrijke vaardigheden en een zekere kennis mee die ertoe kunnen leiden dat mensen zich persoonlijk ontwikkelen. Voorziet men geen onderwijs, sluit men ze uit van een constructieve participatie aan het maatschappelijk gebeuren. Dat is – om het even cru te stellen – het weggooien van quasi een hele generatie. Onderwijs is een investering op lange termijn. Een dure investering bovendien. Om maar één sector te noemen zonder dewelke deze investering slecht redeert: gezondheidszorg. Een degelijke gezondheidszorg moet voorhanden zijn om te vermijden dat mensen sterven of ernstig ziek worden vooraleer ze kunnen bijdragen aan de maatschappij. En natuurlijk kost ook gezondheidszorg geld. Maar fundamenteel is dat mensen leren hun eigen boontjes te soppen en zelf hun maatschappij uitbouwen. Daar treed ik Burt in bij.
Natuurlijk is de opleiding die Burt verdedigt een technische scholing. Het is een landbouwschool. Laten we hopen dat de leerlingen naast efficiënt het land bewerken en rekenen ook nog leren schrijven en een stuk geschiedenis meekrijgen waardoor ze een visie kunnen uitbouwen op de maatschappij en daarmee op hun eigen toekomst. Het is niet helemaal duidelijk of dat gebeurt. Als men mensen volwaardig wil laten participeren, zoals in vorige paragraaf gesuggereerd, moeten ze meer kunnen dan een auto besturen, het land bewerken of een muur metselen. Ze moeten ook andere zaken weten. Wat dat betreft meen ik dat een louter technische scholing daarom niet onnuttig is, maar dat er meer uit de mens te halen is dan, in casu, betere boerende boeren.
Ingaand tegen de twijfels die in andere commentaren op Burt naar voren komen, wil ik erop drukken dat landbouw wel degelijk een cruciale rol heeft in het ontwikkelingsproces. In het verleden dacht men dat industrialisatie in verstedelijkte regio’s beter en efficiënter zou werken. Gevolg daarvan is dat het platteland in vergelijking met stedelijke centra onderontwikkeld bleef. De ondergeschikte positie die landbouwers uit ontwikkelingslanden nu innemen heeft veel te maken met het feit dat ze veelal verstoken zijn gebleven van de technologische vooruitgang die wel in andere agrarische gebieden in de wereld werd gerealiseerd. Het rendement van de landbouw in ontwikkelingslanden is veel lager dan elders en de productiekost ligt daardoor veel hoger dan in onze contreien. Er is te weinig geïnvesteerd in landbouw. Daardoor wordt landbouw inderdaad minder aantrekkelijk. Maar laat ons niet vergeten dat veel mensen zich niet eens de vraag kunnen stellen of leven in de landbouw hen nog wel aanstaat. Het heeft geen zin die vraag te stellen, want wat is het alternatief ? Werkloos naar een stad trekken om er werk te zoeken ? Meer dan de helft van de bevolking uit de ontwikkelingslanden leeft vandaag op het platteland. Ze zijn afhankelijk van de grillen van de natuur, zijn arm, hebben weinig, maar doorgaans wel voldoende te eten. Om dan naar een bidonville van een grote stad te trekken waar ze geen dak boven hun hoofd hebben en niet eens weten of ze die dag voldoende geld zullen hebben om een hap te kunnen eten… Het is net door te investeren in menselijk kapitaal, in nieuwe aangepaste technieken dat minder mensen meer zullen kunnen gaan produceren. Productie voor consumptie, voor verkoop, voor lokale verwerking die voor lokale werkgelegenheid zorgt.
Natuurlijk is het terecht om de vraag te stellen of landbouwers die beter gaan verdienen hun winst opnieuw zullen investeren in de lokale economie of ervoor zullen kiezen dat geld te spenderen aan luxegoederen. Die garantie zal niemand kunnen geven. Overigens is dat ook niet zo bij ons. Het lijkt me net daarom belangrijk om mensen onderwijs te geven waarin zij leren over hun maatschappij, over hun rijkdommen, over de potenties die in mensen zitten, over de maakbaarheid van de geschiedenis. Dat is één van de hoekstenen van ontwikkeling. Daarnaast is het noodzakelijk, zoals ook in eerdere commentaren werd aangegeven, om de condities te creëeren waarin lokale producenten hun goederen kunnen verkopen. Daar knelt vandaag het schoentje. Ik ben het dan ook fundamenteel oneens met de stelling dat landbouw een sector is waarin het zuiden het nooit kan halen. Dat de huidige spelregels bijzonder ongunstig zijn voor die concurrentiepositie staat buiten kijf. Maar ik geloof ook dat het huidige neoliberale beleid op termijn onhoudbaar is. Al was het maar omdat we de muren rond Europa niet hoger kunnen blijven bouwen.
Ik wil hier tot slot nog opmerken dat de regels van de WTO vaak slechts toegepast worden als het goed uitkomt. Zo werden de Verenigde Staten van Amerika al meermaals op de vingers getikt over de subsidies aan hun katoenboeren. Dat mag gewoon niet van de WTO. De procedure kan nog jaren aanslepen. Europa dreigde ook veroordeeld te worden als ze hun (gesubsidieerde) suikerproductie niet afbouwden. De productie werd teruggedrongen waardoor in ons land onlangs een suikerfabriek de deuren moest sluiten en een 100-tal mensen op straat belandden. Spijtig voor de werknemers die zich wellicht iets rooskleurigere feestdagen hadden voorgesteld. Maar wat dat betreft geloof ik in de maakbaarheid van de maatschappij. Het is ongetwijfeld een werk van lange adem om eerlijkere handelsmechanismen te implementeren, maar anders blijft onze zogenaamde investering in ontwikkelingshulp dweilen met de kraan open. Onderwijs is een motor voor ontwikkeling. Het is een investering in de toekomst. Het is voorkomen de jonge generatie van vandaag veroordeeld worden tot een ondergeschikte maatschappelijke rol. En laat ons ondertussen werken aan – bijvoorbeeld – andere handelsrelaties, tegen dat die kinderen van de schoolbanken af zijn is de situatie misschien al verbeterd en hebben ze hun eigen toekomst en die van hun maatschappij meer in handen.
Joris Willems
december 2007