Magali Hawkins: Commentaar op “Connective Power: Solar Electrification and Social Change in Kenya” van Arne Jacobson in: World Development, Vol. 35, Issue 1, januari 2007, pp. 144-162.
Link naar het artikel: http://www.sciencedirect.com/science?_ob=ArticleURL&_udi=B6VC6-4MD9KGH-1&_user=794998&_rdoc=1&_fmt=&_orig=search&_sort=d&view=c&_acct=C000043466&_version=1&_urlVersion=0&_userid=794998&md5=2c181f64a3f79351b9977afdfa89e3c9#bib50
Het boven vermelde artikel handelt over een onderzoek naar het gebruik en de verspreiding van kleine fotovoltaïsche zonne-energiesystemen (verder afgekort door solar PV systemen zoals in het artikel) in Kenya. Door de koopkracht van de middenklasse is het gebruik van zonne-energie in Kenya sterk gestegen. Het land in de koploper in het per capita gebruik van zonne-energie. Kleinschalige zonne-energie heeft in veel ontwikkelingslanden een voet aan wal gekregen, voornamelijk in rurale gebieden. De auteur van dit artikel bekijkt wie deze solar PV systemen aanschaft en waarvoor ze de bekomen energie gebruiken. Aan de hand van het gebruik van deze energie bespreekt hij de waarde van deze investeringen in de strijd tegen armoede. Het groeiende gebruik van zonne-energie in ruraal Kenya en haar internationale reputatie als een sleutel element in het promoten van duurzame ontwikkeling, maakt het extra belangrijk om te kijken naar de socio-eonomische betekenis van de technologie. Naar deze betekenis gaat de auteur in dit artikel op zoek.
De verkoop van deze kleine zonnesystemen wordt afgeschilderd als een middel om op een duurzame manier armoede te bestrijden, namelijk via het meer verspreid maken van elektriciteit. Het gebruik van solar PV systemen wordt zowel door de traditionele ontwikkelingsinstellingen gepromoot als door milieuorganisaties en ngo’s. Er gaat veel donorhulp hierheen omdat het zowel goed zou zijn voor het milieu als in de bestrijding van armoede. De internationale instellingen zien het vermarkten van deze kleine solar PV systemen als de beste manier van het aan de man brengen van elektriciteit.
Het op de markt brengen van goedkope zonnesystemen zou ervoor moeten zorgen dat arme mensen in rurale gebieden toegang hebben tot elektriciteit en deze aanwenden op een inkomst genererende manier. De auteur meent echter dat dit doel bijna nooit bereikt wordt. Slechts zelden wordt de energie gebruikt voor werkgerelateerde doeleinden en de zonnesystemen worden niet door de allerarmsten gebruikt, maar de rurale middenklasse. Zij wenden de energie slechts nauwelijks aan voor zaken die de bestrijding van hun armoede inhoudt. Het grootste deel van de energie gaat naar apparaten als televisie, radio en telefoon. De kleine energiesystemen geven eveneens niet genoeg kracht om er werkelijk veel nut van te hebben.
Het promoten van deze energiesystemen is er gekomen op het moment waarin het neoliberale gedachtegoed de internationale ontwikkelingsinstellingen al had bereikt. De systemen die op de markt gebracht worden zijn zo kleinschalig dat hun armoedebestrijdingnut zogoed als nihil is. Een meer door de staat of donors gesubsidieerd gebruik van solar-energie zou volgens mij veel meer effect hebben. De markt brengt ook hier weer geen verlossing voor de armoede. De neoliberale theoretici misbruiken vaak de ‘small is beautiful’ gedachte van Schumacher. Hij zag heil in kleinschalige, lokaal zelfvoorzienende alternatieven op het globale kapitalisme. Deze idee wordt samengesmolten met de gedachte van de internationale financiële instellingen dat globalisering en de vorming van een ‘inclusieve’ markt zouden leidden tot ontwikkelingsdoelstellingen. Via het promoten van kleine zelfvoorzienende solar systemen menen de neoliberalen dat ze zo’n zelfvoorzienend alternatief hebben aan de man gebracht. Selfreliance wordt er door de markt echter niet gecreëerd, eerder het tegenovergestelde. Via de integratie van arme mensen in de markt, hier de energie markt, menen neoliberale dat ze zo aan hun armoede kunnen ontkomen. Deze idee wordt hier in dit artikel volledig tegengesproken.
Promotoren van solar-systemen menen dat zonne-energie de beste manier is om elektriciteit te geven aan de twee miljoen mensen die geen toegang hebben tot moderne energie. Omdat deze twee miljoen meestal bij de armsten van de wereld worden gerekend zien ze dus een direct verband tussen het verkopen van solar-systemen en armoedebestrijding.
De solar-systemen worden in Kenya, zo blijkt uit het artikel, echter voornamelijk aangekocht door een rurale middenklasse. Ze bereiken niet de echt armste bevolkingsgroep die deze ongesubsidieerde aankoop niet kunnen permitteren. De kleine voordelen die de solar systemen bieden voor inkomsten genererende activiteiten, komen dus ook niet bij de armste bevolking terecht. Ze leiden meer tot de vorming van een middenklasse, die steeds verderaf ligt van de armste klasse. Het is dus duidelijk dat wanneer men de markt laat instaan voor de verspreiding van energie dit niet leidt tot een vermindering van de armoede van de allerarmsten, maar eerder tot een vergroting van de kloof tussen hun en de rest van de bevolking, dus tot een nieuwe vorm van marginalisering.
De goedkope systemen die de armen toch kunnen kopen zijn meestal zo klein dat ze slechts weinig energie produceren en vaak van slechte kwaliteit zijn. Energiesystemen van slechte kwaliteit brengen volgens mij veel gevaar met zich mee. Zou slecht gebruik tot brandgevaar kunnen leiden of zou men door de steeds weerkerende mankementen steeds moeten beroep doen op reparaties, wat een enorme cash-drain met zich kan meebrengen.
De internationale gemeenschap promoot de solar PV systemen eveneens omdat ze zouden kunnen bijdragen in de studeer activiteiten van kinderen. Bij elektrisch lamplicht gaat lezen al makkelijker dan bij kaarsen. Maar wanneer de systemen voornamelijk door een middenklasse worden geconsumeerd, brengt dit bij tot hun studies en opnieuw niet bij tot die van de armsten. Maar ook hier hangt alles opnieuw af van het vermogen van het solar PV systeem. De systemen die voornamelijk worden verkocht in ruraal Kenya, hebben slecht een zeer lage capaciteit. De meeste huishoudens sluiten er een televisie op aan, wat niet veel ruimte laat voor andere zaken.
Het gebruik van zonne-energie heeft volgens mij wel veel mogelijkheden om een bijdrage te leveren in de strijd tegen armoede. Om werkelijk efficiënt te zijn, moeten de systemen echter sterk genoeg zijn en voornamelijk ook de armste bevolkingsgroepen bereiken. Wanneer men de distributie hiervan overlaat aan de markt is het duidelijk dat dit niet het geval is. Daarom lijkt mij een meer gesubsidieerde verspreiding van solar PV systemen die een voldoende capaciteit hebben om zowel recreatieve apparaten op aan te sluiten als ruimte te laten voor elekriciteit om bij te studeren of om inkomst genererende activiteiten mee mogelijk te maken, veel efficiënter om aan armoedebestrijding te doen. Het neoliberale idee heeft hier geen invloed op armoedebestrijding. De idee dat de markt alles wel in goede banen zal leiden en dat meer markt automatisch leidt tot armoedebestrijding is hier opnieuw ondergraven.